Ontdek het Leven



 BIJBELTEKSTEN EN HUN VERBORGEN BETEKENIS

AUTEUR: JAKOB LORBER

DE TIEN GRONDSLAGEN UIT DE NIEUWE OPENBARING


1.      De grondslag van de wereld

Volgens Lorber bestaat er geen stof in de betekenis die het materialisme eraan geeft. Alles is energie, namelijk Gods of Geestkracht, gesplitst in allerkleinste oerstofdeeltjes (oerlevensvonken). Het atoom is een uit talloze deeltjes bestaand universum in het kleinste formaat. Uit de oergronddeeltjes, die niets anders zijn dan zelfstandig gemaakte gedachtekrachten van God, is de hele wereldruimte planmatig opgebouwd.

2.      Het wezen van God

God is eeuwige, oneindige geest, de oerkracht en het fundament van alle zijn. Zijn voornaamste attributen zijn liefde, wijsheid en wilskracht. Zijn Heilige Geest vult het heelal (wereldziel). Maar deze oneindige Algeest heeft een innerlijk machtscentrum, van waaruit als uit een zon gedachten en wilskracht in de schepping uitstromen, om na een grote kringloop tot levensvoleinding weer terug te keren. In dit oermachtscentrum bevindt zich God als bestaand Wezen en wel in de hoogste van alle levensvormen: als volkomen “Geest-Oermens” (God schiep de mens naar zijn beeld en gelijkenis). Vanuit dit oermachtscentrum is de Geest van God eeuwig scheppend bezig. De hele schepping is een geweldig ontwikkeling- en vervolmakingproces van de Goddelijke gedachten en ideeën. Het voltrekt zich in ontzagwekkende, door rustperioden gescheiden tijdperken (scheppingsdagen – van eeuwigheid tot eeuwigheid)


3.      De geestelijke oerschepping

Aan de voor ons zichtbare, stoffelijke schepping gingen geestelijke scheppingen vooraf. God heeft toen uit de als het ware buiten zichzelf geplaatste oerlevensvonk grote geestelijke wezens geschapen volgens Zijn beeld (Elohim), die zelf meerdere aan hun gelijke geestelijke wezens in het leven konden roepen. Zo ontstonden legioenen grote geestelijke wezens (engelen) die zich volgens het ordeningsprincipe van de Gods- en broederliefde zouden ontwikkelen. Een deel van deze wezens verviel onder leiding van hun hoofdgeest Satana (Lucifer) krachtens hun vrije wil in grenzeloze eigenliefde en zelfverheerlijking. Volgens de eeuwige ordening moest echter de voedende levensstroom opdrogen voor degenen die van God afvallig werden. Daardoor verstarden ze als het ware en verdichtten zich tot hulpeloze massa’s. door verdichting van de geestelijk-etherische oeressenties (materialisaties) ontstonden op die manier in de scheppingsruimte de oernevels van de materie of de wereldstof.


4.      De stoffelijke, materiële schepping

Zouden de gevallen oerwezens eeuwig in de ban van hun gericht blijven of toch nog tot voleinding teruggevoerd worden in Gods heilige levensorde? De goddelijke liefde erbarmde zich over de gevallen geesteswereld. Met behulp van de trouw gebleven engelengeesten bouwde de Schepper het materiële universum uit de oernevelen van de wereldstof. Dit verhaal in zijn geheel beeldt de gelijkenis van “De verloren zoon” uit. Hiermee begon God in de talloze wereldsystemen een verlossing van de in de materie gebonden wezens.


5.      Doel van het natuurleven

Op alle hemellichamen worden door het Goddelijk bestuur de verstarde wereldstofmassa’s meer en meer losgemaakt. Deze losgemaakte luciferische levensvonken worden door de engelen, de dienaren van de Schepper, volgens Gods liefdevolle en wijze heilsplan in de rijken van de natuurwereld gebracht en wel in steeds nieuwe louteringsscholen. Dit gebeurt doordat ze tot steeds meer omvattende verbintenissen of ‘zielen’, verenigd in steeds hogere levensvormen, worden omhoog geleid. Ze beginnen daardoor hun tegen Gods ordening ingaande zelfgerichtheid zo langzamerhand te overwinnen en zich tot de hemelse ordening van het dienen in wederzijdse liefde te bekeren. Het evangelie spreekt ook van de verlossing van alle creaturen door de macht van de liefde.


6.      De mens – het einddoel van deze ontwikkeling

De op deze manier uit de luciferische materie opgestegen mensenziel moet – onder invloed van de haar ingeblazen goddelijke geest of liefdesvonk – zich nu in het aardse leven waar maken. Door vrijwillig de liefdesgeboden van God te gehoorzamen zal de mens zich steeds verder tot een waarlijk Kind van God ontwikkelen, om tenslotte als hij dat doel heeft bereikt, tot de ware vrijheid en zaligheid van het eeuwige leven binnen te gaan.


7.      Het wezen van Jezus

Toen de schepping zover was gerijpt dat ze de diepste onthulling van de goddelijke liefde – de Godheid als Vader – kon begrijpen, koos God de naar het uiterlijk zo onaanzienlijke aarde voor de grootste liefdesdaad van Zijn erbarming uit. Hier, waar de innerlijkste geestkern van Lucifer in de ban wordt gehouden, hulde God Zijn geestmenselijk oermachtscentrum in het gewaad van de materie (en het Woord werd vlees). In Jezus Christus trad God zelf het mensenrijk binnen om deze en ook alle geesten uit de oneindigheid te onderrichten. Als machtigste getuigenis van Zijn liefde trok Hij Zelf het kleed van de materie aan om de gevallenen uit het gericht te verlossen en de gelouterden dan in het vadershuis terug te voeren ((De verloren zoon). De geest van Jezus , het heilige oermachtscentrum van God, is de ‘Vader’. De ziel van Jezus (en zijn lichaam), dat wil zeggen het menselijke, is de door de Vader geschapen ‘Zoon’. De in de oneindigheid uitstralende Godskracht, uitgaande van de Vader naar de Zoon is de ‘Heilige Geest’. En zo zijn in Christus de Vader, de Zoon en de Heilige Geest verenigd. Jezus zegt: “Wie Mij ziet, ziet de Vader’ en ‘Ik en de Vader zijn één’.


8.      De heilsweg tot geestelijke wedergeboorte

Als de enige tot voleinding en eeuwig leven in God voerende weg predikte God de grondwet van de hele schepping: “Heb God lief boven alles en de naaste als jezelf”. Noch uiterlijke goede werken (het sacrament), noch uiterlijke geloofsgerechtigheid (de geloofsbelijdenis) zijn voldoende, ze zijn hoogstens hulpmiddelen op de heilsweg van de zuivere, daadkrachtige liefde, de oergrond van alle zijn. Is met behulp van Gods Geest in de mens de zuivere hemelse liefde tot onbeperkt heerser geworden, dan is de mens aan het gericht der materie ontgroeid en heeft de geestelijke wedergeboorte bereikt. Dan vermag de gelouterde ziel, die met de haar ingeplante geest uit God dan volledig verbonden is tot een waar Kind van God uit te groeien, één met haar Schepper en hemelse Vader en ze heeft dan eeuwig deel aan de volheid van Zijn goddelijke levens- en werkingskrachten.


9.      De verdere ontwikkeling in het hiernamaals

De meeste mensen van de aarde treden na de dood van het lichaam nog onvolmaakt in de fijnstoffelijke sfeer van het hiernamaals binnen. De goddelijke liefde biedt hen daar nieuwe mogelijkheden aan om zich te scholen, zodat tenslotte allen – zij het vaak op moeilijke en pijnlijke manier – toch nog tot voleinding komen. Want het goddelijk plan van een algemene verlossing kent geen eeuwige verdoemenis. Om dit einddoel te bereiken komen de nog onrijp uit het leven scheidende zielen aan ‘gene zijde’, dat wil zeggen in de voor de aarde onzichtbare geestelijke wereld, eerst in een soort droomleven. Hier valt hen tot hun belering een door hun beschermende machten geleid innerlijk geestelijk schouwen te deel, dat al naar gelang van hun goede of boze instelling een paradijselijke verrukking of een helse pijn bij hem oproept. Hemel en hel zijn dus geen plaatselijke bepalingen, maar geestelijke ontwikkelingstadia van de ziel. Sterk op zichzelf gerichte, aardegebonden zielen worden ook wel verder opgevoed door opnieuw in het leven geroepen te worden (reïncarnatie) op andere stoffelijke werelden of soms ook op aarde.


10.  Het doel van de voleinding

Zielen die zich op aarde of in het hiernamaals tot zuivere Gods- en naastenliefde lieten louteren, geraken in een steeds nieuwe en gelukkig makende werkelijkheid. Hun geestelijke zien en innerlijke kracht nemen toe in de drie opvolgende hemelen, in overeenstemming met de zuiverheid en sterkte van hun liefde. De eindeloze opklimming in gelukzaligheid van de voleindigde wezens bestaat uit een steeds dieper erkennen van God, een steeds grotere liefde tot Hem en al Zijn schepselen, als wel in een steeds intensiever medewerken aan het verheven werk van de schepping van alle zijn en leven.

Deze woorden van Lorber brengen ons een omvangrijke geestelijke religie, logisch opgebouwd volgens een vastomlijnd plan. Het is de levensleer van de zuiverste liefde en de grootste daadkracht waarvan de Godheid, de Vader in Jezus, de grondslag vormt.

 
 
 
 
google-site-verification: googleae70da3b9f2c6104.html